Waarheen, Waarvoor?
Nu op NH Radio:
Waarheen, Waarvoor?

NH Radio doorgeefboek: Het Lange Wachten

7 juli 2020 • June tot Twaalf

Het doorgeefboek is een verhaal wat door de luisteraar van NH Radio wordt geschreven.  Hoe leuk is dat? Niemand minder dan Karin Bloemen schreef de eerste woorden van dit nieuwe doorgeefboek ‘Het lange wachten’. Iedereen mag meedoen om dit spannende verhaal aan te vullen. Elke 100 woorden komen van een andere luisteraar!

Je kunt je opgeven door te mailen naar [email protected] Elke werkdag wordt in het programma June tot Twaalf het nieuwe deel uitgezonden. Vul jij het volgende stukje aan?

Maandag 20 april – Karin Bloemen

De stilte is bijna te ruiken. Een lome slome geur, die tegen stinken aan zit. Waar is iedereen?? Ze kan haar ogen maar met moeite open krijgen. Wat is er in godsnaam aan de hand? Wat heeft ze gemist? Misschien is het gewoon zondag en is ze dat helemaal vergeten? Of is het misschien 4 mei, 20.00 uur? Ze kijkt op haar horloge. Een mooi klein horloge, dat ze van haar vader kreeg toen ze haar doctorstitel behaalde. Het staat stil. Dat had het nog nooit gedaan…Ze kijkt in paniek om zich heen… Wat is dit….?! 

Dinsdag 21 april – Herman Sinnige

Een slechte film? Alles is wit alsof er een dichte mist hangt. Ze haalt diep adem en probeert tot rust te komen. Er zijn geen deuren, geen ramen, geen kast, tafel of stoelen. Er hangt alleen een spiegel aan de muur. Ze staat met moeite op en loopt er met stijve benen naar toe. Als ze er in kijkt slaat de paniek nog harder toe. Wie is dit? Dit is het gezicht van een wilde, lang warrig haar en smerig.  Ze klopt en bonst met haar handen op de muren om een uitgang te vinden.  Ze roept met een haperende stem, maar krijgt geen respons. Dan loopt ze op de spiegel af en slaat die met haar vuist kapot…

Woensdag 22 april – Joke Boos

In paniek duwt ze de scherven in de lijst opzij. Scheurt een reep van haar blouse en wikkelt deze om haar hand. Ondertussen kijkend naar de vage schaduw die op doemt in de lijst van de kapotte spiegel. Ze knippert met haar ogen en ziet een gang met een trap. Een windvlaag waait langs haar heen. Vage geluiden fluisteren in de verte haar naam. Gehuil van een kind samen met het gekrijs van vogels. Ze duwt haar handen tegen haar oren aan. Nee! Ga weg! Weer dat gehuil en die fluisterende stemmen… Marléne…

Donderdag 23 april – Titia Muizelaar 

Het gefluister klinkt luider: ‘Kom, kom.’ Angstig kijkt ze achterom, maar er is niets anders dan witte mist. Huiverig stapt ze door de aan diggelen geslagen spiegel heen en staat in de donkere gang. Weer hoort ze: ‘Marlène, hierheen.’ De doorgezakte traptreden kraken onheilspellend als ze de trap oploopt. De slaphangende slierten stofresten die tegen haar gezicht aankomen veegt ze weg. Het donker lost op in een turkoois licht. Krassend vliegt een zwarte kraai voor haar uit. Bovenaan de trap tikt hij met zijn snavel tegen een houtendeur die knarsend opengaat. Ze kokhalst van de rottende stank die haar tegemoet komt.

Vrijdag 24 april – Henriëtte van Hoven

Oh NEE… Wát een vreselijk rottende stank lijkt haar poriën binnen te dringen. Ze huivert en rilt over haar hele lichaam… Ze huilt en gilt, wát is dít, ze trapt op iets wat onder haar blote rechter voet wegschiet, iets glibberigs. Ze gilt: ‘NEE!’ Het wordt zwart voor haar ogen, en ze grijpt in iets wat aanvoelt als een glibberig gewaad… Door het vele bloed aan haar hand, blijft ze plákken aan het gewaad… wát is het wat beweegt…. Angstvallig probeert ze naar iets anders te grijpen… Angstzweet doet haar rillen, en voordat ze beseft wat er gebeurt vliegt er iets langs haar hoofd…

Dinsdag 28 April – Hedda van Engelenburg -Lanooij

Huilend en zwetend van verdriet en angst wordt Marlène wakker. Het moet nog tot haar doordringen dat het licht van buiten door het gordijn naar binnen sijpelt. Ze zit nog helemaal in de nachtmerrie en komt maar langzaam tot zichzelf. Dan maakt er zich een gevoel van bevrijding van haar meester en komt ze langzaam tot rust. Waar haalt ze toch zulke vreselijke beelden vandaan, verbaast ze zich? De nachtmerrie was zo werkelijk, en zo beangstigend echt! De opluchting die ze voelt, gaat zo diep, dat ze er beduusd van is.

Maar dan kondigt het wekkertje haar aan, dat ze er hoognodig uit moet. Er staat haar vandaag een moeilijke dag te wachten…

Woensdag 29 april – Thea Boerrigter

Zuchtend stapt ze uit bed echt wakker is ze nog niet. Haar hoofd zit vol met vragen. Het wordt zwaar vandaag eerst maar is onder een warme douche. Aankleden ze staat voor haar kast welke kleding zal ze vandaag dragen. Dan ziet ze die ene jurk ja deze vond mama zo mooi. De tranen lopen over haar wangen moeizaam trekt ze hem aan. Haar benen voelen zwaar afscheid nemen een laatste groet. Waarom doet verdriet zo een pijn. Dan pakt ze haar tas en loopt naar de deur, in de verte hoort ze de telefoon wie zou dat nu zijn!

Donderdag 30 april – Sabina Postumus

‘Marlène?’ kraakt haar telefoon. Ergens wappert een flard van de droom door haar hoofd. Was dat dezelfde stem? ‘Gaat ‘ie? Hoor je mij?’ Haar zus. Wakker en opgewekt, zelfs vandaag. ‘De bloemstukken zijn allemaal al in het uitvaartcentrum. De auto komt je zo ophalen. En als er vanmiddag broodjes over zijn, kunnen we ze gewoon mee naar huis nemen. Desnoods gooi je ze in de vriezer, het is anders toch zonde om ze weg te gooien? Ik ben er bijna, sta jij al klaar?’ Ze zucht diep. Al die energie is net een beetje meer dan ze nu aankan. Ze drukt haar zus weg en wil haar mobiel in haar handtas stoppen, als ze een melding op het scherm ziet. Achttien gemiste oproepen?

Vrijdag 01 mei – Olphert Brouwer

Die zij op dat moment niet kan beantwoorden, ze mochten niet komen vanwege het corona virus. Mama had altijd gezegd het leven gaat door. Marlène belde haar zus Coosje de volgende dag het was mooi weer, ze spraken af in het vondelpark. Op een bankje op gepaste afstand, daar zouden ze de lunch gebruiken. Ze had twee bruine boterhammen meegenomen met pindakaas ze wist daar hielt Coosje zo van, en Coosje had met haar zwaar reumatische handen sinusappels geperst en het sap in twee flessen meegenomen. Na twee dagen melde de woningbouw zich, wanneer de woning leeg opgeleverd kon worden? Maar…

Maandag 04 mei – Lucy Neetens

…volgende week ging Coosje voor een – door de corona al zo lang uitgestelde staaroperatie. De zussen besluiten dit weekend moeders woning leeg te ruimen. Veel spullen kunnen linea recta naar de kringloopwinkel. De juwelen verdelen ze. Marlène kiest een gouden medaillon, twee schakelarmbandjes en drie ringen. ’s Avonds thuis poetst ze de sieraden tot ze glimmen. Ze knipt het medaillon open en bestudeert het fotootje. Is dat vader? Nee, die had kort zwart haar. Deze man heeft rossige krullen. Ineens schiet haar de man op het kerkhof te binnen. Uit de verte had hij de begrafenisceremonie nauwlettend gadegeslagen. Die man was een oudere versie van de man op deze foto. Wie was hij?

Woensdag 06 mei – Santima van Nunen

Een opwindende sensatie bekruipt haar; ze krijgt het er warm van. Zou haar moeder er een dubbelleven op na hebben gehouden met een geheime minnaar? Hoe goed kende Marlène haar moeder eigenlijk. Hadden ze wel eens eerlijk en open met elkaar gesproken? De relatie tussen haar ouders was niet altijd even harmonieus. Ze zijn wel eens voor langere tijd uit elkaar geweest. Het idee dat er een mysterieuze man in het leven van haar moeder is geweest vervult haar heimelijk met trots .Dat had ze niet gezocht achter die brave mama, die altijd het goede voorbeeld wilde geven. Ze graaft haar geheugen af. Heeft ze de signalen gemist? Morgen aan Coosje vragen of zij weet wie die man met die rossige krullen is…?

Donderdag 07 mei – Winnifred Veenstra

De volgende morgen, zodra Marlène haar ogen open doet, herinnert zij zich het Medaillon. Ze kijkt op haar wekker om te zien hoe laat het is. Half negen. Ze is laat wakker geworden! Goed zo. Dat kon ze wel gebruiken na alle toestanden van de laatste dagen. En het is ook niet te vroeg om Coosje te bellen! Ze slaat de dekens van haar af en springt uit bed. Beneden aangekomen pak ze gelijk de telefoon. Op dat moment begint het ding te rinkelen. Ze drukt op het groene knopje en Coosje begint direct te ratelen. “Heb jij ook die man met die rossige krullen gezien? Weet jij wie dat is?

Vrijdag 08 mei – Mireille Muurmans

Marlene wist niet wat ze moest antwoorden en gooit het over een andere boeg! “Coosje, hoe is het op je werk, heb je nog leuke momenten beleefd?” Daar trapt Coosje niet in! “Ik wil je niet onderbreken, maar ik ben echt zo benieuwd wie deze man is en die ogen……. Ze lijken sprekend op jouw ogen!” Marlene Schrikt. Ze stottert en weet niet wat ze moet zeggen tegen Coosje! Maar misschien moet ze Coosje in vertrouwen nemen, of toch niet? Wat is het leven toch moeilijk! Even denkt ze ook aan het medaillon! “Coosje, als ik je iets in vertrouwen vertel, kan ik je dan echt vertrouwen?”

Maandag 11 mei – Trudy Stam-Huizinga

Marlene kijkt Coosje vragend aan,als ze zegt! Ik heb het altijd al tegen je gezegd,dat jij zo,n grote opmerkingsgave hebt! Nu weer de ogen van die man die we hebben gezien op het kerkhof! Die Krullebol , onze Vader had kort zwart haar, en mama is niet een vrouw die papa zou bedriegen! Ik zal je dus nu vertellen wie deze man is! Ik had hem al vaker gezien, maar jij bent een stuk jonger dan ik, maar mama heeft het me verteld! Het is onze OOM JACK het zwarte schaap van de famillie! De Gokker! Ooit 3 maal getouwd geweest later is hij een goudzoeker geworden, is heel rijk teruggekomen uit Amerika maar door zijn Goklust is hij alles weer vergokt,en ook arm geworden door geld wat hij moest betalen aan zijn derde vrouw!

Woensdag 13 mei – Judith de Lange 

En ineens, terwijl ik dit aan Coosje vertel, denk ik aan de vreemde geldbedragen en de geheime telefoontjes en appjes van de afgelopen tijd. Zou dat van oom Jack zijn geweest? En nu hij arm is weer hier zijn om het geld van mij terug te vragen? De schrik slaat me om het lijf en ik krijg overal kippenvel. “Marléne gaat het goed met je, je ziet ineens zo bleek.”

“Ik …… ik ….. ik……” en op dat moment springt Marléne van schrik omhoog. Ssstttt ……. “Marléne het is je mobieltje maar die afgaat… Oh die van mij gaat nu ook af,” zegt Coosje vol verbazing. Met grote ogen en open mond lezen ze hun appje die net is binnen gekomen.

Donderdag 14 mei – Jan Visser

De zussen kijken elkaar aan met een blik die duizend vragen oproept. Ze ontvangen op vrijwel hetzelfde moment het volgende bericht: ‘Oom Jack is back in town en wil graag om de tafel gaan zitten om bepaalde zaken door te nemen’. “Krijg nou wat!” reageert Coosje: “Hij was het dus toch…!?”

“Schud jij mij even wakker Coos” reageert Marléne onthutst. Even valt er een oorverdovende stilte die ruw wordt onderbroken door de koekoeksklok. De klok die de tijd al een eeuwigheid twintig minuten op voor is. De dames beginnen te speculeren over wat ze met het bericht aan moeten. Ze zijn echter dermate nieuwsgierig dat ze na wat heen en weer geklets besluiten om op de boodschap te reageren.

Vrijdag 15 mei – Henriëtte van Domselaar  
 
“Maar wacht even… we moeten er eerst achter zien te komen wie ons dit appje gestuurd heeft…”
“Hoe bedoel je?” zegt Marlène. Coosje concludeert: “Het bericht komt in ieder geval NIET van oom Jack zelf.”
En ze vervolgt op geheimzinnige toon: “In het criminele wereldje wordt er meestal een ander ingeschakeld voor de vervelende klussen.”
“He jakkes…”, zegt Marlène geschrokken, “zo maak je het wel héél erg spannend. Wat nu?” Coosje hakt de knoop door met: ”Laten we niet overhaast handelen! We wachten sowieso nog 20 minuten met reageren.” En ze wijst naar de koekoeksklok. Marlène’s vraag: “Wat heeft die klok ermee te maken?” beantwoordt Coosje met: “Je weet toch dat een koekoek haar eieren in het nest van een ander legt?”

Maandag 18 mei – Gonda Stevens

“Kom”, zegt Coosje : “Laten we nog even in het huis van mama gaan kijken nu het nog kan”. Misschien vinden we nog een aanwijzing of zo dat ons meer kan vertellen over Oom Jack. Daarna zullen we de app beantwoorden. Ja dat is goed.

Samen lopen ze naar het huis van moeder. Een leeg en stil huis de zusjes staan even stil bij de voordeur en gaan dan naar binnen. Waar moet je toch zoeken in een leeg huis en dan valt de blik van Marlene op de schoorsteen waar ooit de koekoeksklok heeft gehangen. Het zwarte silhouet laat de contouren van de klok zien. En zo ziet Marlene ook de steen die enigszins uitsteekt. Zou daar iets achter te vinden zijn? denkt ze. Ze loopt er heen en frikt de steen los, een donker gapend gat laat zich zien. Marlene steekt haar hand in het gat, ze verbleekt. wat ze voelt is precies hetzelfde als in haar droom…………….slierten stof, vies en plakkerig.

Dinsdag 19 mei – Henriëtte van Hoven

Snel trekt ze haar hand terug, maar blijft achter iets haken. Ze slaakt een kreet, Coosje kijkt om en ziet Marlene lijkbleek en vreselijk geschrokken. “Wat heb je? Waarom schrik je zo? Je weet toch dát was het grote geheim van mama, haar geheime plekje waar ze haar sieraden verstopte. Zo jammer, de laatste jaren van haar ziekte heeft ze die prachtige sieraden niet meer gedragen. Er waren schitterende 18 karaats sieraden bij, weet je nog die ketting met die grote smaragd, dát was haar pronkstuk.”

“Weet jij eigenlijk of ze die van papa heeft gekregen…???”

“De laatste keer dat ik haar met die ketting gezien heb, was op jouw huwelijk Marlene.”

Woensdag 20 mei – Lous Scheen

Marléne haalt haar schouders op, ze is nog steeds van slag. Ze zegt tegen Coosje: “Graaf jij dan maar lekker verder IK doe het niet meer! Al dat geheimzinnige gedoe, ik word er doodziek van en ik hoef die ‘Super Schat’aan sieraden niet!” Coosje kijkt Marléne beduusd aan en gaat dan zelf voorzichtig naar het gat in de muur en steekt haar hand er in en voelt iets van glibberige stof. Ze kokhalst van de zenuwen , maar trekt het er tóch doorheen en laat het meteen op de grond vallen. Marléne begint te gillen: “Zie je wel BLOED! Ik zei het je toch , dát heb ik gedroomd!” En terwijl er een klein vleermuisje langs haar hoofd vliegt zakt ze in elkaar…….

Vrijdag 22 mei – Joke Boos

Marlene, schreeuwt Koosje. Geschrokken grijpt ze naar haar telefoon.  Ik moet iemand bellen, de hulpdiensten.  Een stem van 112 vraagt  ”Wie heeft u nodig? Politie, brandweer of ambulance?’

Eh eh,  ik weet het niet…mijn zusje is gewond en zij verliest bloed uit haar hand.  Oh het horloge van Marlene staat weer stil.  Daar kun je ook niet op vertrouwen. Snel doet ze het af omdat Coosje bij EHBO geleerd heeft dat alles wat af kan knellen….. ”Hallo bent u daar nog vraagt de centralist van 112.”  Nerveus pakt Coosje haar telefoon op van de grond en… 

Maandag 25 mei -Thea Boerrigter

Roept:  “Ja, ik ben er nog,” en ze kijkt naar de hand van Marlène die inmiddels weer bij kennis is. Ze zegt:  “De wond lijkt erger door al het bloed en mijn zusje is weer aanspreekbaar. Ik heb in de auto een verbandtrommel en kan de wond zelf verbinden. Bedankt, maar wij hebben uw hulp niet meer nodig.”

Voorzichtig tilt Coosje Marlène op en kijkt op de grond naar het stuk stof waar het bloed opzit, en schiet in de lach. Marlène dat bloed is vers en komt van jouw eigen hand. Dan valt haar oog op nog iets?

Dinsdag 26 mei – Santima van Nunen

Tegelijk met het stuk stof is een pakje op de grond gevallen, gewikkeld in een lap donkerrood fluweel met een satijnen lint eromheen. Onhandig vraagt Coosje zich af of ze zich eerst moet bekommeren om de bebloede hand van haar zusje of wat er in dat pakje zit. Bezorgdheid wint het van nieuwsgierigheid, maar bij nadere bestudering blijkt Marlene niet gewond te zijn en is de bloedvlek een rode verfvlek. Geïrriteerd door dit drama van haar zusje rukt Coosje het lint van het pakje waaruit een pakketje brieven tevoorschijn komt met zo’n zelfde lint bijeengehouden, gericht aan hun moeder en op de achterkant de initialen JF. Verbijsterd kijkt Coosje naar Marlene die nog vol ongeloof naar haar niet gewonde hand zit te staren…..

Woensdag 27 mei – Lous Scheen

“Nou kom op Márlene er is niets aan de hand. Dus pak jezelf bij elkaar en luister! Wat moeten we doen, het zijn allemaal brieven voor Mama en de afzender is ene mysterieuze J.F. Het kán natuurlijk onze krullenbol Oom Jack zijn, maar F…..? Waar staat die F dan voor? Ik heb geen idee, een schuilnaam misschien? Of is het toch iemand anders? Nou zég ook eens wat,” roept Coosje kwaad, “zit niet zo suf voor je uit te kijken!”

Márlene kijkt Coosje aan en pakt dan voorzichtig het pakje brieven op en zegt zachtjes: “Zou Mama het erg vinden als we ze samen gaan lezen?”

Donderdag 28 mei – Titia Muizelaar

“Natuurlijk niet.” Marlène pakt de bovenste brief van het stapeltje met een Amerikaans poststempel July 15 1985. “Coos, kijk, ik was 5 jaar!” “Schiet op, lees voor.”

Liefste Sophie,
Voorlopig blijf ik in Amerika….bla,bla bla
en hier…, Bewaar de smaragdgouden ketting voor mij in een kluisje.
For ever Jack

Ze kijken elkaar verbaasd aan. “Dat is een onthulling? Jack F” “Misschien. Die mama, dus jij bent een kind van Jack en bij welke bank is het kluisje?” Marlène haalt haar schouders op. Waarom heeft ze dat nooit geweten? Ze denkt aan de foto in het medaillon. Was hij de grote liefde van haar moeder? Coos ratelt door: “We zoeken alles uit en horen meer bij de notaris als haar testament wordt voorgelezen. Eerst koffie?”

Vrijdag 29 mei – Olphert Brouwer

Na de Koffie gingen Coosje en Marlene naar de notaris, Jacobus Ooievaar. Ze hadden de afspraak om 14:00 uur maar waren een uur te vroeg. De notaris was een grote forse zwaar lijvige gezette man, met een rood blauw en geel geruit driedelig kostuum, en een grote sigaar in zijn mond. Het kantoor stond blauw van de rook, hij gaf de dames te kennen dat hij eerst, en dat deed hij elke middag, zijn bordje lammetjes pap moest opeten.

Om 14:00 precies begon de Notaris met het voorlezen van het testament van Sophie Manshanden, weduwe van Pieter Johannes Spaargaren;

aanwezig waren;

Coosje Spaargaren geboren 24-09-1980 Amsterdam. Dochter van de overledene.

Marlene Spaargaren geboren 22-01-1986 Amsterdam. Dochter van de overledene.

Jacobus Frederik(Jack)Spaargaren geboren 25-03-1965 Amsterdam zwager van de overledene.

Niet aanwezig; i.v.m. Corona crisis.

Sophie Spaargaren en Jack(jr) Spaargaren beiden geboren 24 september 1983 in Amsterdam tweeling wonende in Amerika, uit de relatie van Jack Spaargaren en Sophie Spaargaren meisjesnaam Manshanden. Het sleuteltje was van de Kluis in de Rabobank en daar lag de Smaragd gouden ketting en die kwam toe aan…

Dinsdag 2 juni – Annette Prins

Notaris Ooievaar pauzeert even en kijkt op van de akte. Kort slaat hij het vreemde drietal gade. De twee zussen, die uiterlijk niets van elkaar weghebben en dhr Spaargaren die de dames niet lijken te kennen. Bij binnenkomst had hij slechts kort naar ze geknikt en heeft zonder verder wat te zeggen plaatsgenomen. Notaris Ooievaar laat zijn gedachten aan het gezelschap voor hem los en gaat verder met het lezen van de akte.

“De ketting gaat naar mejuffrouw Coosje Spaargaren”.

Marlène geeft haar zus een duwtje in haar zij. Maar Coosje merkt het niet. Ze luistert nauwelijks naar wat er gezegd en besproken wordt. Haar aandacht gaat volledig naar “oom Jack”. Had ze vorige week nog nooit van hem gehoord, nu zat hij naast haar tijdens het voorlezen van mama d’r testament. Ze probeert het te verbergen maar ze kan het niet laten hem aan te staren van onder haar wimpers. Die krullen. Zn neus. Zelfs zn ogen. Marlene lijkt ècht als twee druppels water op hem.

“en ik maakte laatst nog een grapje dat zij een kind van Jack moest zijn. Ik kan mezelf wel voor mn kop slaan” gaat het door haar hoofd.

Woensdag 3 juni – Melvin Feddema

Coosje kan haar aandacht maar moeilijk bij het gesprek houden. De woorden van de notaris vliegen langs haar heen, maar dringen niet door. “Mevrouw Spaargaren?… mevrouw Spaargaren?” Coosje schrikt op en kijkt verward de notaris aan. “Sorry, wat was uw vraag ook alweer?”

“Of u zo even met mij mee wilt lopen, ik heb nog iets dat we onder vier ogen moeten bespreken.”

Coosje kijkt haar zus verbaasd aan en loopt met de notaris mee naar een andere kamer. De kamer heeft een chique uitstraling met grote leren fauteuils. Een vreemd onderbuikgevoel bekruipt Coosje, ze wordt er misselijk van.

“Uw moeder” begint de notaris, “heeft voor u een videoboodschap achtergelaten.”

Donderdag 4 juni – Mireille Muurmans 

Een vi…deoboodschap? Marlene begon te stotteren en zocht duidelijk steun bij Coosje, maar Coosje is ook helemaal van slag en weet niet wat ze moet zeggen! Wat zou er in deze videoboodschap staan? De waarheid, die Marlene wel of misschien helemaal niet wil horen….. Ze weet het niet en weet ook niet of ze het aan kan nu te kijken! Ze vraagt Coosje even apart. Wat doen we nu? Coosje wil wel kijken; benieuwd naar wat er verteld wordt! Samen stappen ze dapper op de Notaris af! Zou dit de ontknoping zijn? Of zouden er nog veel meer vragen komen dan dat ze nu al hebben.

Vrijdag 5 juni – Milou van Ommen

Als Marlene en Coosje weer zijn gaan zitten, zet de notaris een laptop voor hen neer. 

Bij de eerste woorden schieten de zussen meteen vol. De stem van hun moeder. Wat hadden ze dat gemist. “Lieve meiden, er is iets wat ik jullie nooit in het echt heb durven vertellen. Het leek mij beter om dit te verzwijgen. Maar vlak voor mijn sterven besefte ik dat het niet langer zo kon. Zoals jullie hebben gezien is Jack vandaag ook aanwezig. Jullie vragen je vast af wie hij is en wat hij voor mij betekende.

Ik kreeg Coosje al op een jonge leeftijd. Ik had nog niks van de wereld gezien en ik wilde graag alleen op reis. In Amerika ontmoette ik Jack. Ik werd hals over kop verliefd en in de maand dat ik daar was raakte ik zwanger… van jou Marlene. Terug in Nederland heb ik gedaan alsof ik voor de reis al zwanger bleek te zijn. Ik durfde niet tegen John, de vader van Coosje en de man die Marlene heeft opgevoed, te zeggen dat het van Jack was. Sorry dat ik het niet over mijn lippen heb kunnen krijgen. Jullie zijn en blijven mijn dochters, hoe dan ook. Dit geheim heeft niemand ooit geweten, behalve…”

Maandag 8 juni – Sabina Postumes

Marlène en Coosje kijken elkaar vol ongeloof aan. Dus ze zijn halfzussen? En hun moeder heeft dat geheim gehouden? Zou hun vader niks hebben vermoed? Marlène slikt haar tranen weg. Dan valt haar blik op haar polshorloge, het dierbare klokje dat ze van haar vader heeft gekregen toen ze promoveerde. Ze wriemelt de goudkleurige sluiting los en wil het aan Coosje geven. ‘Dit behoort jou toe, zus. Papa was niet eens echt mijn vader.’ De ogen van Coosje glanzen van ingehouden tranen. ‘Je blijft altijd mijn zus, lieve Marlène. En natuurlijk was papa ook jouw vader.’ Ze slaan hun armen om elkaar heen, de tranen laten zich niet meer wegdrukken.

Dan knalt de dikke houten deur van de notaris open. Jack staat in de deuropening, zijn rode krullen dansen wild om zijn hoofd en zijn blik richt zich als een laser op Marlène. ‘Mijn dochter!’ buldert hij. ‘Eindelijk!’

Dinsdag 9 juni – Joke Boos

Als aan de grond genageld staart Marlene naar haar vader. De stoel achter haar valt om. Coosje knijpt bemoedigend in haar hand.

“Papa,” stottert Marlene. “Yes, darling, at last i AM here!”

Jack strekt zijn armen naar Marlene uit. “Papa!” Marlene omhelst Jack, maar van wie zijn die ogen die haar over zijn schouder haar vragend aankijkend? Verbaasd doet Marlene een stap naar achteren. Jack ziet haar verbazing en buldert: “Aha, yes darling, that is my beautiful little baby! Our little treasure, of me and your mother. Let me introduce you to little Barbera. Hahaha! Don’t be afraid she… Kom maar bij daddy, je hoeft niet bang te zijn.”

Verbaast kijken Marlene en Coosje elkaar aan want achter Jack staat, in grote onschuld, een…

Woensdag 10 juni – Rob Wtenweerde

…prachtige jonge vrouw met helderblauwe ogen en lang, krullend, rood haar. Marlène weet niet wat ze ziet. Of wie ze ziet, beter gezegd. Ze ziet een grote bos krullen en een enorme glimlach. Een bedrieglijk eenvoudig jurkje dat zo te zien wèl uit een hele dure winkel komt. En een uitgestoken hand. Marlène herkent het horloge aan haar pols direct. “Hoi Marlène”, zegt de vrouw. “Ik ben Barbara en Jack is ook mijn…”

Maar Marlène hoort haar nauwelijks. Ze kan alleen maar kijken naar die uitgestoken hand en naar dat horloge. De vragen razen door haar hoofd. Het ís het horloge dat ze ooit van die andere vader kreeg, toen ze haar titel behaalde. Toch?

Donderdag 11 juni – Hans de Cleen

Een super gaaf zeg maar heftig klokje, maar ik ben d’r helemaal klaar mee, sputtert Jacob Ooievaar. Zo’n geval van een casus heb ik nog nimmer onder ogen gehad! By de wee! Notaris. Waar heeft u dat geruite costuum gekocht? Ik wil ook zo’n ooievaarspak! En ik heb genoeg van m’n rooie krullen, ik wil nèt zulk zonnestraaldanshaar als Karin Bloemen!

En nou basta! Buldert Jacobus Ooievaar. Het is alweer tien voor vijf! Volgt u mij allen naar de Rabobank, hier op de hoek van de straat dan kunt u, eindelijk, het kluisje van uw moeder, Sophie van Manshanden, openen. Dat is méér dan opportuun. Quoi? Kirt Barbara. Quoi? Zegt oom Jack, waarom dat Frans gebrabbel? Kom nu! Op een drafje!

Vrijdag 12 juni – Monique van der Voort 

En daar gaat het bonte gezelschap. De notaris, in een driftig tempo, voorop. Bij de kluis is het opeens muisstil. Coosje stoot Marlène aan: “Toch wel spannend, he?” Marlène kan de opeenstapeling van verrassingen eigenlijk niet meer aan en zucht: “Ik hoop dat er naast die ketting niks in die kluis ligt. Dan kunnen we naar huis, terug naar ons gewone leven.” Maar de notaris staat al met een geldkoffer in zijn handen. Als hij die openmaakt, zit die vol met stápels 100 dollarbiljetten. Keurig gerangschikt in gelijke bundels. “Well well,” zegt Jack, “there they are…” 

Dinsdag 16 juni – Hedda van Engelenburg 

Na deze uitspraak kijkt iedereen Jack aan. Weet hij hier meer van? Marlène wordt doodsbleek en zakt naast Coosje langzaam op de grond.  ‘Marlène’, gilt Coosje, ‘wat doe je nou?’ Ze ziet zo inwit dat Coosje er bang van wordt. Ze knielt bij haar neer en klopt op haar wang, maar ze reageert nergens op. ‘Oh, Marlène, huilt Coosje. ‘Laat iemand een ambulance bellen,’ roept ze angstig. De notaris heeft een telefoon in zijn zak en belt 112. ‘Kan er een ambulance komen,’ verzoekt hij nu toch ook wel nerveus. ‘Ja ja, een ambulance graag,’ horen ze hem zeggen en hij geeft het adres op waar ze naar toe moeten…

Woensdag 17 juni – Gonda Steevens

Coosje merkt niets meer van wat er om haar heen gebeurt. Het enige wat ze ziet is Marlene en haar in en in bleke gezicht en gesloten ogen liggend op de koude wit betegelde vloer. 

Ze ziet ook niet de uitdrukking op de gezichten van de anderen achter haar. Ze heeft geen idee van het triomfantelijke gezicht van Oom Jack en Barbera. Barbera die probeert om voorzichtig het kleine spuitje in haar hand in haar mouw weg te werken. In de hoop dat de anderen dit niet zien.

Binnen enkele ogenblikken arriveert de ambulance. Snel wordt Marlene op de brancard gelegd en naar de ambulance gereden. Coosje mag ook instappen en zo rijden ze met loeiende sirenes naar het ziekenhuis. In de ambulance doet Marlene heel even haar ogen open. Kijkt Coosje aan en mompelt…..Bar …………pijn………en valt weer bleek in het kussen met gesloten ogen.

Donderdag 18 juni – Lucy Neetens 

Pas uren later komt Marlène bij. De stilte in de ziekenhuiskamer is bijna te ruiken. Een lome slome geur, die tegen stinken aan zit. Opeens herinnert ze zich de bijeenkomt bij de notaris en de merkwaardige optocht naar het kluisje. Waar is iedereen?

In de Rabobank meende ze een prikje in haar bovenarm te voelen. Wat was er in godsnaam aan de hand? Ze kijkt op het horloge dat ze van haar vader – die haar vader niet blijkt te zijn – kreeg toen ze haar doctorstitel behaalde. Coosje had gezegd dat het cadeau niets met bloedbanden te maken had en het aan haar teruggegeven. Het horloge staat stil. Dat had het nog vrijwel nooit gedaan.

In paniek kijkt Marlène om zich heen, is dit weer een nachtmerrie?

Vrijdag 19 Juni – Judith de Lange

Waar is iedereen ? Waar ben ik ? Ze probeert Coosje te roepen maar krijgt geen geluid uit haar mond die kurkdroog is en bewegen gaat ook moeizaam door de stramme ledematen en het strakke witte laken waar ze onder ligt . Ze kijkt om zich heen en herkent niets van wat ze ziet in de kille kamer , ccccoooosss …… pfft ….. Een golf van misselijkheid overspoelt marléne .

Hoort ze daar iets ? het lijkt wel of ze voetstappen hoort ….. langzaam gaat de deurkruk naar beneden en marléne houdt van spanning haar adem in ,pssst marléne ??? Ze wil antwoorden maar geen geluid komt over haar lippen , ze herkent de stem ook niet die haar roept.

Maandag 22 juni – Jeanne Kooijmans

“Psssst….c’est moi”. 

Een zwoele mannenstem fluistert haar naam. “Marlene, vous etes dans le Sud de France’. 

Wat doe ik in Zuid Frankrijk, dacht Marlene. En wie is deze man? Jaar of 40 schat ze, een hartverwarmende lach en een wilde, rossige bos krullen. Ze ziet een tattoo van een vogel op z’n arm als hij haar hand vast pakt en er zachtjes in knijpt…

Plots biggelen de tranen over de wangen…er is ook zoveel gebeurd: moeder dood, papa bleek niet haar vader en de echte duikt ineens op. Een flapdrol die haar probeerde te drogeren! Marlene ze voelt zich bedonderd en verlaten door de familie en begrijpt ook niet wat haar bezielt als ze de vreemdeling naar zich toe trekt en zegt: “ik wil een kind van jou…”

Dinsdag 23 juni – Frey Bakker 

Vragend kijkt ze in de grote, chocoladebruine ogen vóór haar en landt op ze als op twee glanzende manen. Houd me vast, fluistert ze. En ze denkt: knuffel mij tot ik mijn bedrieglijke vader en zijn mooie heks vergeten ben. Iedereen lijkt zo ver weg. Ze vlijt zich in de armen van de vreemde die haar teder omhelst alsof ze een lang verloren familielid is. De getatoeëerde zwaluw op zijn arm – haar lievelingsvogel – een goed teken. Met haar hoofd in de nek en krullen van de half over het bed gebogen vreemde ruikt ze zijn aangename geur. Misschien…

Woensdag 24 juni – Jaap Groen 

Misschien kan deze knappe verschijning mij meer vertellen? Ze probeerde zijn ogen te ontwijken en vroeg met een hese stem:  “Wie ben je?” Mijn naam is Hirondel maar noem mij maar Hiro (Hiro het franse woord voor zwaluw) ik ben je broer, dus nee ik wil geen baby samen met jou, maar dat begrijp je nu vast wel en lachte zijn mooie witte tanden bloot.

Marlene wist niet hoe te reageren, hoe kan dat nou nu ook nog een broer? Oui zei Hiro, Marlene ik ben het kind van je moeder Sophie Manshanden en Jack. Kijk eens in de spiegel dan zie je dat wij als twee druppels water op elkaar lijken. Alles werd zwart voor haar ogen en als een kaartenhuis zakte Marlene in elkaar…

Donderdag 25 juni – Frey Bakker

‘Door de dikke mist keert ze terug in een heldere dag als na een nacht goed doorslapen. Iets jeukt. Het is Coosje. Ze zat toch bij haar in de ambulance? Waar is ze nu? Nee! Ruziënde stemmen vlakbij. Door haar wimpers ziet ze Jack senior, Jack junior alias Hiro en Sophie Spaargaren alias de heks, driftige gebaren maken aan het voeteneinde van haar bed. Kennelijk denken dat ze nog slaapt. Plotseling kijken de drie verse familieleden met afschuw haar kant op alsof ze daar een vreselijk en angstaanjagend monster ontwaren. Een onaards lawaai klinkt op en het bed bonkt op en neer. Marlene’s adem stokt en ze spert haar ogen wijd open.

Vrijdag 26 juni – Hans de Cleen

Terwijl de hirondel vanaf Jack jr’s arm de zwoele Franse lavendellucht inzwaluwt, kluwelt er een zweterige bonkende bol mannen (mèt mondkapjes, doch op minder dan 1,5 millimeter van elkaar) het bed vanonder. Het zijn Guido den Aantrekker, Evert Santegoeds en Bart Ettekoven. “Ik was éérst! Nee! Ik!”

Ook notaris Ooievaar. Wat the 4 sterretjes doen diè daar now? Kraait oom Jack, terwijl zijn nu geblondeerde Karin Bloemen dansende zonnestraalhaar strak omhoog schiet. Wèl, eikel, blaft de notaris, die zijn overal! (Twas Ooievaars idee, een extra zakcentje kan hij wel gebruiken in deze corona tijd!). Opzij! Frontaalkwab! scheerdert zaalarts Eric. Naast hem Barbara in verpleegsters uniform. Allen zijn met stomheid geslagen wanneer zij haar lange blonde haar afdoet, zo ook de blauwe contactlenzen…

Daar glundert een mollig rond hoofdje, kort donker haar, zwarte bril in een T-shirt met het opschrift: ‘Hou je Taai en blijf Mals’. Ik ben het, Nadège! MILJÁÁR, schuimbekt notaris Jacobus Ooievaar, terwijl hij uit zijn geruite pak scheurt…

Maandag 29 juni – Trudy Stam

Een uur later zit het hele gezelschap weer bij de notaris aan de tafel, ook Barbara! Met een geheimzinnig lachje heeft ze plaatsgenomen, naast Oom Jack! Marleen, nog enigszins verward door wat haar overkomen is, ziet dat Hiro, haar nieuw verworven broer, naast haar en Coosje heeft plaats genomen.

Aan de andere kant van de tafel, tegenover hen allen, zit de notaris. Met een voorname blik in zijn ogen, en een langzaam gebaar kijkt hij de aanwezigen een voor een aan en noemt hun namen met luide stem. Bij Barbara aangekomen, verzoekt hij haar de kamer te verlaten, als zijnde niet vernoemd in het testament van de overledene !

Toch mag Hiro blijven zitten : dus Coosje en Marleen zijn niet de enige erven, maar ook Hiro ! De al eerder gevonden ketting is voor Marleen ! Verder is er voor Marleen, Coosje en ook voor Hiro elk een glansrijke erfenis in de vorm van een baar goud met een gewicht van 1 kilogram ter waarde van € 50.000 !!

Een cadeau gegeven van oom Jack aan mama !! Voor oom Jack ligt er een brief en hij brult Yes, Yes I am Happy !!!

Dinsdag 30 juni – Winnifred Veenstra 

Piep!Piep! “Waar komt dat geluid vandaan?” Denkt Marilene. Piep Piep! En ineens lijkt het alsof de wereld om haar heen oplost. Piep piep! Het geluid is gebleven, het is iets direct naast haar. Het gepiep komt van de hartslagmonitor waaraan ze is verbonden. 

Ze moet toch weer weggezakt zijn. Dromen zijn raar. Ze springen van de hak op de tak en vormen onwerkelijke situaties. Ze kijkt om zich heen en ziet dat het buiten al donker wordt. Ze moet uren lang onder zeil geweest zijn. Ze hoort voetstappen op de gang en de deur naar haar kamer gaat open. Een verpleegster stapt naar binnen. “Ik zie dat u wakker bent!” Zegt de verpleegster. “Een goede avond!” “Is het echt al avond?” Zegt Marlene. “Wat is er gebeurd?” De verpleegster verteld haar dat ze waarschijnlijk is gedrogeerd maar dat ze nog niet precies weten waarmee. “Uw zus Coosje wacht tot ze bij u mag om u op de hoogte te brengen van de laatste verwikkelingen.” Zegt de verpleegster. “Zal ik haar binnen laten?” “Ja graag” Zegt Marlene. En ze gaat in haar herinnering na wat ze nog weet. Het is wel nog wat mistig in haar hoofd maar het laatste beeld dat ze ziet is de koffer met geld en al die mensen erom heen. Ze weet dat de notaris verantwoordelijk is voor de juiste afhandeling van een erfenis en dat ze zich wat dat betreft geen zorgen hoeft te maken.

Woensdag 1 juli – Annette Prins

De deur gaat open en tot haar blijdschap ziet ze Coosje in de deuropening staan. Haar haren door de war en zorgen hebben harde lijnen getekend op haar anders zo zachte gezicht.

“oh lieve schat, kom hier!”

Snikkend sluiten de zussen elkaar in de armen.

“Ik weet het even niet meer.” Coosje zit op de rand van het bed en schudt moedeloos haar hoofd heen en weer. “Ik weet het gewoon even niet meer”, fluistert ze bijna onhoorbaar zacht.

“Ik ben ook in de war, lieve Coos.”, zegt Marlene terwijl ze Coosjes gezicht in haar handen houdt en een kusje op haar neus drukt.

“Mama heeft er een flinke puinhoop van gemaakt.”

Ze veegt een traan weg van Coosjes wang.

“Ik weet niet of in bang of boos moet zijn. Het is zo groot wat er allemaal gebeurd. Té groot als je het mij vraagt. Ik denk dat het tijd is dat we de politie erbij moeten halen. De verpleegster zei dat ik waarschijnlijk gedrogeerd ben.”

“Ja, politie. Laten we dat doen. Maar nu even niks. Ik sprak net de arts en je mag nog niet naar huis voordat t toxicologisch onderzoek is afgerond.”

Coosje zet een tas op het bed.

“Ik heb wat spulletjes bij je thuis opgehaald.” Coosje vist Marlene’s telefoon uit haar tas, wat tijdschriften en een kleine radio.

“Ha, mn radio!”, roept marlene blij.

Coosje glimlacht. Ze weet hoe Marlene ondanks alle technologie verknocht blijft aan het radiootje die ze ooit als kind had gekregen. Ze snapt nog steeds niet waarom haar zus dat gekraak en gedoe met n antenne verkiest boven digitaal radio luisteren. Ze moet er van grinniken.

Ze zet t radiootje op het nachtkastje naast het ziekenhuisbed van haar zus en draait m aan. “NHRadio? Luister jij NHRadio?”

Marlene zegt niks en glimlacht breed naar haar zus. Wat is dit fijn, even gewoon gewoon zijn, denkt ze.

Ze kan haar lach bijna niet onderdrukken en schaamt zich een beetje omdat de afgelopen dagen weinig te lachen over lieten. Coosje kijkt haar zus aan, ook met ingehouden lach. Al snel rollen ze van het lachen over het bed. De ontlading is krachtig en ze gieren het uit. Soms gaat het lachen over in huilen en slaat dan weer door naar de slappe lach.

Donderdag 2 juli – Monique van der Voort

Tot Coosje plotseling roept: “Sssht… stil, Marlène. Luister!” En tot hun ontzetting horen ze de stem

van oom Jack, daddy, die hen toespreekt. Waar komt die stem vandaan? De kamer is leeg, de deur

gesloten. Coosje wijst naar het radiootje. “Daar, daar… hij is op de radio!” De met Amerikaanse

woorden doorspekte tongval van Jack senior is het echt die uit de speaker komt. “Marleen … Coos…

darlings, I know that joe listen. Begrijp that I want my emerald gouden ketting back. And, to be clear,

I will get it back!”

Vrijdag 3 juli – Geert Jonkheer

Marlène draaide zich om, om het radiootje uit te doen, ze was de stem van oom Jack inmiddels meer dan zat. Bij deze handeling wierp ze, eigenlijk uit gewoonte, een blik op haar kleine horloge. Enigszins  verrast, ontstond er een glimlach op haar gezicht en riep: “Coosje, Coosje hij doet het weer, het horloge doet het weer”. Coosje stamelde: “ Wat bazel je nu Marlène, dat ding doet het toch altijd, wat is daar nu zo bijzonder aan?” Daarop draaide Marlène zich terug en zag daarbij dat de koekoeksklok  dezelfde tijd aan gaf als haar horloge. Had ze een visioen gehad?

Maandag 6 juli – June Hoogcarspel 

Marléne zat buiten in het zachte, bedauwde licht van alweer een droge ochtend en tuurde voor zich uit terwijl ze af en toe een slokje water nam. Ze spande zich niet langer in, vocht niet meer om het onveranderbare te veranderen. Uren waren voorbij gegaan terwijl ze starend naar het plafond van haar ziekenhuiskamer nadacht over wat er de laatste weken gebeurd was. Terwijl de wisseling van de nachtploeg plaatsvond had Marléne zich losgerukt van de hartbewakingsmachine en was ze naar buiten geslopen. Slechts gekleed in haar ochtendjas, haar handtas onder haar arm op de zijden pantoffels, die van haar moeder geweest waren. De hele nacht liep Marlene door het bosgebied dat achter het ziekenhuis gelegen was. Net zo lang tot de regen overging in mist en ze het glibberige pad langs een riviertje alleen maar voorzichtig kon betreden zonder uit te glijden. Beschut tegen de wind tussen de berm en de kromgegroeide bomen was uit de mist een oude boerderij opgedoken. Daar zat Marléne nu op een brokkelige muur peinzend voor zich uit te staren. Het zal toch werkelijk niet echt zo zijn dat… In de verte zag ze zwarte schimmen….

Dinsdag 7 juli – Karin Bloemen

De zwarte schimmen kwamen langzaam dichterbij. En weer was daar het onrustige gevoel dat er iets niet klopte Ze hoorde stemmen Het was Coosje! Ze riep haar zus en zag dat er werd gereageerd De passen versnelden en kwamen nu haar kant op Wat was er toch aan de hand ? Marlene wist niet meer hoe ze in het bos terecht was gekomen Ze voelde haar slippers nat aan haar voeten

Ze keek op haar horloge dat nog steeds stil stond Ze herinnerde zich vaag iets met geld…. veel geld….

Alles vervaagde en bijna zakte ze weer in elkaar De stem van haar zus maakte haar weer helder ‘Ik ben zo blij dat we je gevonden hebben!’ zei Coosje tegen haar ‘Lieve Marlene, je bent heel ziek en je moet weer terug! Je hebt Corona en je mag niet zomaar je bed uit!’ Ze lag naast haar bed op de grond

Er kwamen twee verplegers binnen en snel werd ze opgetild door 4 sterke armen en teruggelegd in haar ziekenhuisbed

Coosje begon weer tegen haar te praten. Ze vertelde dat ze zich zo’n zorgen had gemaakt om haar, dat ze niet begreep hoe ze uit bed was gekomen en dat ze herstellende was, dat het allemaal goed zou komen. Dat het ook allemaal goed was gekomen met hun moeder en dat iedereen ervan uitging dat zij snel zou genezen Dankzij het snelle handelen van Marlene was ze op tijd naar de dokter gebracht en ze had geen Cortona gehad maar voedselvergiftiging. Dus hun moeder leefde nog?!

En zij zelf was dus ook ziek … Corona… De hoge koorts en het vele ijlen hadden haar gefopt met heftige nachtmerries. Even voelde ze teleurstelling dat er dus ook geen geld was en geen juwelen… en daarna meteen enorme blijdschap, want haar moeder leefde nog ! Ze keek haar zus dankbaar aan en zei ‘wat fijn dat jij in m’n leven bent Coos, en wat fijn dat mama okee is’

Coosje lachte en zei “ Natuurlijk is mama okee, en jij bent ook okee Ik hou van je, Gekkie! Opgelucht zakte Marlene weer terug in de kussens …… en voor het eerst in lange tijd viel ze in een droomloze slaap ……..

Te gast: Karin Bloemen
Deel dit artikel

Een fragment van June tot Twaalf

June Hoogcarspel laat de verhalen horen van de Noord-Hollander. Ze helpt waar ze kan. En ze heeft boeiende studiogasten waarmee je heerlijk de ochtend doorkomt.

Meer van June tot Twaalf