Muziek voor volwassenen
Nu op NH Radio:
Muziek voor volwassenen

NH Radio doorgeefboek: Het Lange Wachten

27 mei 2020 • June tot Twaalf

Het doorgeefboek is een verhaal wat door de luisteraar van NH Radio wordt geschreven.  Hoe leuk is dat? Niemand minder dan Karin Bloemen schreef de eerste woorden van dit nieuwe doorgeefboek ‘Het lange wachten’. Iedereen mag meedoen om dit spannende verhaal aan te vullen. Elke 100 woorden komen van een andere luisteraar!

Je kunt je opgeven door te mailen naar [email protected] Elke werkdag wordt in het programma June tot Twaalf het nieuwe deel uitgezonden. Vul jij het volgende stukje aan?

Maandag 20 april – Karin Bloemen

De stilte is bijna te ruiken. Een lome slome geur, die tegen stinken aan zit. Waar is iedereen?? Ze kan haar ogen maar met moeite open krijgen. Wat is er in godsnaam aan de hand? Wat heeft ze gemist? Misschien is het gewoon zondag en is ze dat helemaal vergeten? Of is het misschien 4 mei, 20.00 uur? Ze kijkt op haar horloge. Een mooi klein horloge, dat ze van haar vader kreeg toen ze haar doctorstitel behaalde. Het staat stil. Dat had het nog nooit gedaan…Ze kijkt in paniek om zich heen… Wat is dit….?! 

Dinsdag 21 april – Herman Sinnige

Een slechte film? Alles is wit alsof er een dichte mist hangt. Ze haalt diep adem en probeert tot rust te komen. Er zijn geen deuren, geen ramen, geen kast, tafel of stoelen. Er hangt alleen een spiegel aan de muur. Ze staat met moeite op en loopt er met stijve benen naar toe. Als ze er in kijkt slaat de paniek nog harder toe. Wie is dit? Dit is het gezicht van een wilde, lang warrig haar en smerig.  Ze klopt en bonst met haar handen op de muren om een uitgang te vinden.  Ze roept met een haperende stem, maar krijgt geen respons. Dan loopt ze op de spiegel af en slaat die met haar vuist kapot…

Woensdag 22 april – Joke Boos

In paniek duwt ze de scherven in de lijst opzij. Scheurt een reep van haar blouse en wikkelt deze om haar hand. Ondertussen kijkend naar de vage schaduw die op doemt in de lijst van de kapotte spiegel. Ze knippert met haar ogen en ziet een gang met een trap. Een windvlaag waait langs haar heen. Vage geluiden fluisteren in de verte haar naam. Gehuil van een kind samen met het gekrijs van vogels. Ze duwt haar handen tegen haar oren aan. Nee! Ga weg! Weer dat gehuil en die fluisterende stemmen… Marléne…

Donderdag 23 april – Titia Muizelaar 

Het gefluister klinkt luider: ‘Kom, kom.’ Angstig kijkt ze achterom, maar er is niets anders dan witte mist. Huiverig stapt ze door de aan diggelen geslagen spiegel heen en staat in de donkere gang. Weer hoort ze: ‘Marlène, hierheen.’ De doorgezakte traptreden kraken onheilspellend als ze de trap oploopt. De slaphangende slierten stofresten die tegen haar gezicht aankomen veegt ze weg. Het donker lost op in een turkoois licht. Krassend vliegt een zwarte kraai voor haar uit. Bovenaan de trap tikt hij met zijn snavel tegen een houtendeur die knarsend opengaat. Ze kokhalst van de rottende stank die haar tegemoet komt.

Vrijdag 24 april – Henriëtte van Hoven

Oh NEE… Wát een vreselijk rottende stank lijkt haar poriën binnen te dringen. Ze huivert en rilt over haar hele lichaam… Ze huilt en gilt, wát is dít, ze trapt op iets wat onder haar blote rechter voet wegschiet, iets glibberigs. Ze gilt: ‘NEE!’ Het wordt zwart voor haar ogen, en ze grijpt in iets wat aanvoelt als een glibberig gewaad… Door het vele bloed aan haar hand, blijft ze plákken aan het gewaad… wát is het wat beweegt…. Angstvallig probeert ze naar iets anders te grijpen… Angstzweet doet haar rillen, en voordat ze beseft wat er gebeurt vliegt er iets langs haar hoofd…

Dinsdag 28 April – Hedda van Engelenburg -Lanooij

Huilend en zwetend van verdriet en angst wordt Marlène wakker. Het moet nog tot haar doordringen dat het licht van buiten door het gordijn naar binnen sijpelt. Ze zit nog helemaal in de nachtmerrie en komt maar langzaam tot zichzelf. Dan maakt er zich een gevoel van bevrijding van haar meester en komt ze langzaam tot rust. Waar haalt ze toch zulke vreselijke beelden vandaan, verbaast ze zich? De nachtmerrie was zo werkelijk, en zo beangstigend echt! De opluchting die ze voelt, gaat zo diep, dat ze er beduusd van is.

Maar dan kondigt het wekkertje haar aan, dat ze er hoognodig uit moet. Er staat haar vandaag een moeilijke dag te wachten…

Woensdag 29 april – Thea Boerrigter

Zuchtend stapt ze uit bed echt wakker is ze nog niet. Haar hoofd zit vol met vragen. Het wordt zwaar vandaag eerst maar is onder een warme douche. Aankleden ze staat voor haar kast welke kleding zal ze vandaag dragen. Dan ziet ze die ene jurk ja deze vond mama zo mooi. De tranen lopen over haar wangen moeizaam trekt ze hem aan. Haar benen voelen zwaar afscheid nemen een laatste groet. Waarom doet verdriet zo een pijn. Dan pakt ze haar tas en loopt naar de deur, in de verte hoort ze de telefoon wie zou dat nu zijn!

Donderdag 30 april – Sabina Postumus

‘Marlène?’ kraakt haar telefoon. Ergens wappert een flard van de droom door haar hoofd. Was dat dezelfde stem? ‘Gaat ‘ie? Hoor je mij?’ Haar zus. Wakker en opgewekt, zelfs vandaag. ‘De bloemstukken zijn allemaal al in het uitvaartcentrum. De auto komt je zo ophalen. En als er vanmiddag broodjes over zijn, kunnen we ze gewoon mee naar huis nemen. Desnoods gooi je ze in de vriezer, het is anders toch zonde om ze weg te gooien? Ik ben er bijna, sta jij al klaar?’ Ze zucht diep. Al die energie is net een beetje meer dan ze nu aankan. Ze drukt haar zus weg en wil haar mobiel in haar handtas stoppen, als ze een melding op het scherm ziet. Achttien gemiste oproepen?

Vrijdag 01 mei – Olphert Brouwer

Die zij op dat moment niet kan beantwoorden, ze mochten niet komen vanwege het corona virus. Mama had altijd gezegd het leven gaat door. Marlène belde haar zus Coosje de volgende dag het was mooi weer, ze spraken af in het vondelpark. Op een bankje op gepaste afstand, daar zouden ze de lunch gebruiken. Ze had twee bruine boterhammen meegenomen met pindakaas ze wist daar hielt Coosje zo van, en Coosje had met haar zwaar reumatische handen sinusappels geperst en het sap in twee flessen meegenomen. Na twee dagen melde de woningbouw zich, wanneer de woning leeg opgeleverd kon worden? Maar…

Maandag 04 mei – Lucy Neetens

…volgende week ging Coosje voor een – door de corona al zo lang uitgestelde staaroperatie. De zussen besluiten dit weekend moeders woning leeg te ruimen. Veel spullen kunnen linea recta naar de kringloopwinkel. De juwelen verdelen ze. Marlène kiest een gouden medaillon, twee schakelarmbandjes en drie ringen. ’s Avonds thuis poetst ze de sieraden tot ze glimmen. Ze knipt het medaillon open en bestudeert het fotootje. Is dat vader? Nee, die had kort zwart haar. Deze man heeft rossige krullen. Ineens schiet haar de man op het kerkhof te binnen. Uit de verte had hij de begrafenisceremonie nauwlettend gadegeslagen. Die man was een oudere versie van de man op deze foto. Wie was hij?

Woensdag 06 mei – Santima van Nunen

Een opwindende sensatie bekruipt haar; ze krijgt het er warm van. Zou haar moeder er een dubbelleven op na hebben gehouden met een geheime minnaar? Hoe goed kende Marlène haar moeder eigenlijk. Hadden ze wel eens eerlijk en open met elkaar gesproken? De relatie tussen haar ouders was niet altijd even harmonieus. Ze zijn wel eens voor langere tijd uit elkaar geweest. Het idee dat er een mysterieuze man in het leven van haar moeder is geweest vervult haar heimelijk met trots .Dat had ze niet gezocht achter die brave mama, die altijd het goede voorbeeld wilde geven. Ze graaft haar geheugen af. Heeft ze de signalen gemist? Morgen aan Coosje vragen of zij weet wie die man met die rossige krullen is…?

Donderdag 07 mei – Winnifred Veenstra

De volgende morgen, zodra Marlène haar ogen open doet, herinnert zij zich het Medaillon. Ze kijkt op haar wekker om te zien hoe laat het is. Half negen. Ze is laat wakker geworden! Goed zo. Dat kon ze wel gebruiken na alle toestanden van de laatste dagen. En het is ook niet te vroeg om Coosje te bellen! Ze slaat de dekens van haar af en springt uit bed. Beneden aangekomen pak ze gelijk de telefoon. Op dat moment begint het ding te rinkelen. Ze drukt op het groene knopje en Coosje begint direct te ratelen. “Heb jij ook die man met die rossige krullen gezien? Weet jij wie dat is?

Vrijdag 08 mei – Mireille Muurmans

Marlene wist niet wat ze moest antwoorden en gooit het over een andere boeg! “Coosje, hoe is het op je werk, heb je nog leuke momenten beleefd?” Daar trapt Coosje niet in! “Ik wil je niet onderbreken, maar ik ben echt zo benieuwd wie deze man is en die ogen……. Ze lijken sprekend op jouw ogen!” Marlene Schrikt. Ze stottert en weet niet wat ze moet zeggen tegen Coosje! Maar misschien moet ze Coosje in vertrouwen nemen, of toch niet? Wat is het leven toch moeilijk! Even denkt ze ook aan het medaillon! “Coosje, als ik je iets in vertrouwen vertel, kan ik je dan echt vertrouwen?”

Maandag 11 mei – Trudy Stam-Huizinga

Marlene kijkt Coosje vragend aan,als ze zegt! Ik heb het altijd al tegen je gezegd,dat jij zo,n grote opmerkingsgave hebt! Nu weer de ogen van die man die we hebben gezien op het kerkhof! Die Krullebol , onze Vader had kort zwart haar, en mama is niet een vrouw die papa zou bedriegen! Ik zal je dus nu vertellen wie deze man is! Ik had hem al vaker gezien, maar jij bent een stuk jonger dan ik, maar mama heeft het me verteld! Het is onze OOM JACK het zwarte schaap van de famillie! De Gokker! Ooit 3 maal getouwd geweest later is hij een goudzoeker geworden, is heel rijk teruggekomen uit Amerika maar door zijn Goklust is hij alles weer vergokt,en ook arm geworden door geld wat hij moest betalen aan zijn derde vrouw!

Woensdag 13 mei – Judith de Lange 

En ineens, terwijl ik dit aan Coosje vertel, denk ik aan de vreemde geldbedragen en de geheime telefoontjes en appjes van de afgelopen tijd. Zou dat van oom Jack zijn geweest? En nu hij arm is weer hier zijn om het geld van mij terug te vragen? De schrik slaat me om het lijf en ik krijg overal kippenvel. “Marléne gaat het goed met je, je ziet ineens zo bleek.”

“Ik …… ik ….. ik……” en op dat moment springt Marléne van schrik omhoog. Ssstttt ……. “Marléne het is je mobieltje maar die afgaat… Oh die van mij gaat nu ook af,” zegt Coosje vol verbazing. Met grote ogen en open mond lezen ze hun appje die net is binnen gekomen.

Donderdag 14 mei – Jan Visser

De zussen kijken elkaar aan met een blik die duizend vragen oproept. Ze ontvangen op vrijwel hetzelfde moment het volgende bericht: ‘Oom Jack is back in town en wil graag om de tafel gaan zitten om bepaalde zaken door te nemen’. “Krijg nou wat!” reageert Coosje: “Hij was het dus toch…!?”

“Schud jij mij even wakker Coos” reageert Marléne onthutst. Even valt er een oorverdovende stilte die ruw wordt onderbroken door de koekoeksklok. De klok die de tijd al een eeuwigheid twintig minuten op voor is. De dames beginnen te speculeren over wat ze met het bericht aan moeten. Ze zijn echter dermate nieuwsgierig dat ze na wat heen en weer geklets besluiten om op de boodschap te reageren.

Vrijdag 15 mei – Henriëtte van Domselaar  
 
“Maar wacht even… we moeten er eerst achter zien te komen wie ons dit appje gestuurd heeft…”
“Hoe bedoel je?” zegt Marlène. Coosje concludeert: “Het bericht komt in ieder geval NIET van oom Jack zelf.”
En ze vervolgt op geheimzinnige toon: “In het criminele wereldje wordt er meestal een ander ingeschakeld voor de vervelende klussen.”
“He jakkes…”, zegt Marlène geschrokken, “zo maak je het wel héél erg spannend. Wat nu?” Coosje hakt de knoop door met: ”Laten we niet overhaast handelen! We wachten sowieso nog 20 minuten met reageren.” En ze wijst naar de koekoeksklok. Marlène’s vraag: “Wat heeft die klok ermee te maken?” beantwoordt Coosje met: “Je weet toch dat een koekoek haar eieren in het nest van een ander legt?”

Maandag 18 mei – Gonda Stevens

“Kom”, zegt Coosje : “Laten we nog even in het huis van mama gaan kijken nu het nog kan”. Misschien vinden we nog een aanwijzing of zo dat ons meer kan vertellen over Oom Jack. Daarna zullen we de app beantwoorden. Ja dat is goed.

Samen lopen ze naar het huis van moeder. Een leeg en stil huis de zusjes staan even stil bij de voordeur en gaan dan naar binnen. Waar moet je toch zoeken in een leeg huis en dan valt de blik van Marlene op de schoorsteen waar ooit de koekoeksklok heeft gehangen. Het zwarte silhouet laat de contouren van de klok zien. En zo ziet Marlene ook de steen die enigszins uitsteekt. Zou daar iets achter te vinden zijn? denkt ze. Ze loopt er heen en frikt de steen los, een donker gapend gat laat zich zien. Marlene steekt haar hand in het gat, ze verbleekt. wat ze voelt is precies hetzelfde als in haar droom…………….slierten stof, vies en plakkerig.

Dinsdag 19 mei – Henriëtte van Hoven

Snel trekt ze haar hand terug, maar blijft achter iets haken. Ze slaakt een kreet, Coosje kijkt om en ziet Marlene lijkbleek en vreselijk geschrokken. “Wat heb je? Waarom schrik je zo? Je weet toch dát was het grote geheim van mama, haar geheime plekje waar ze haar sieraden verstopte. Zo jammer, de laatste jaren van haar ziekte heeft ze die prachtige sieraden niet meer gedragen. Er waren schitterende 18 karaats sieraden bij, weet je nog die ketting met die grote smaragd, dát was haar pronkstuk.”

“Weet jij eigenlijk of ze die van papa heeft gekregen…???”

“De laatste keer dat ik haar met die ketting gezien heb, was op jouw huwelijk Marlene.”

Woensdag 20 mei – Lous Scheen

Marléne haalt haar schouders op, ze is nog steeds van slag. Ze zegt tegen Coosje: “Graaf jij dan maar lekker verder IK doe het niet meer! Al dat geheimzinnige gedoe, ik word er doodziek van en ik hoef die ‘Super Schat’aan sieraden niet!” Coosje kijkt Marléne beduusd aan en gaat dan zelf voorzichtig naar het gat in de muur en steekt haar hand er in en voelt iets van glibberige stof. Ze kokhalst van de zenuwen , maar trekt het er tóch doorheen en laat het meteen op de grond vallen. Marléne begint te gillen: “Zie je wel BLOED! Ik zei het je toch , dát heb ik gedroomd!” En terwijl er een klein vleermuisje langs haar hoofd vliegt zakt ze in elkaar…….

Vrijdag 22 mei – Joke Boos

Marlene, schreeuwt Koosje. Geschrokken grijpt ze naar haar telefoon.  Ik moet iemand bellen, de hulpdiensten.  Een stem van 112 vraagt  ”Wie heeft u nodig? Politie, brandweer of ambulance?’  
Eh eh,  ik weet het niet…mijn zusje is gewond en zij verliest bloed uit haar hand.  Oh het horloge van Marlene staat weer stil.  Daar kun je ook niet op vertrouwen. Snel doet ze het af omdat Coosje bij EHBO geleerd heeft dat alles wat af kan knellen….. ”Hallo bent u daar nog vraagt de centralist van 112.”  Nerveus pakt Coosje haar telefoon op van de grond en… 

Maandag 25 mei -Thea Boerrigter

Roept:  “Ja, ik ben er nog,” en ze kijkt naar de hand van Marlène die inmiddels weer bij kennis is. Ze zegt:  “De wond lijkt erger door al het bloed en mijn zusje is weer aanspreekbaar. Ik heb in de auto een verbandtrommel en kan de wond zelf verbinden. Bedankt, maar wij hebben uw hulp niet meer nodig.”

Voorzichtig tilt Coosje Marlène op en kijkt op de grond naar het stuk stof waar het bloed opzit, en schiet in de lach. Marlène dat bloed is vers en komt van jouw eigen hand. Dan valt haar oog op nog iets?

Dinsdag 26 mei – Santima van Nunen

Tegelijk met het stuk stof is een pakje op de grond gevallen, gewikkeld in een lap donkerrood fluweel met een satijnen lint eromheen. Onhandig vraagt Coosje zich af of ze zich eerst moet bekommeren om de bebloede hand van haar zusje of wat er in dat pakje zit. Bezorgdheid wint het van nieuwsgierigheid, maar bij nadere bestudering blijkt Marlene niet gewond te zijn en is de bloedvlek een rode verfvlek. Geïrriteerd door dit drama van haar zusje rukt Coosje het lint van het pakje waaruit een pakketje brieven tevoorschijn komt met zo’n zelfde lint bijeengehouden, gericht aan hun moeder en op de achterkant de initialen JF. Verbijsterd kijkt Coosje naar Marlene die nog vol ongeloof naar haar niet gewonde hand zit te staren…..

Woensdag 27 mei – Lous Scheen

“Nou kom op Márlene er is niets aan de hand. Dus pak jezelf bij elkaar en luister! Wat moeten we doen, het zijn allemaal brieven voor Mama en de afzender is ene mysterieuze J.F. Het kán natuurlijk onze krullenbol Oom Jack zijn, maar F…..? Waar staat die F dan voor? Ik heb geen idee, een schuilnaam misschien? Of is het toch iemand anders? Nou zég ook eens wat,” roept Coosje kwaad, “zit niet zo suf voor je uit te kijken!”

Márlene kijkt Coosje aan en pakt dan voorzichtig het pakje brieven op en zegt zachtjes: “Zou Mama het erg vinden als we ze samen gaan lezen?”

Te gast: Karin Bloemen
Deel dit artikel

Een fragment van June tot Twaalf

June Hoogcarspel laat de verhalen horen van de Noord-Hollander. Ze helpt waar ze kan. En ze heeft boeiende studiogasten waarmee je heerlijk de ochtend doorkomt.

Meer van June tot Twaalf